Herhaling of recidive

  • In de meeste gevallen van (wettelijke) herhaling is er sprake een vervolging van feiten waarvoor u in het verleden al werd veroordeeld.

    Het is echter ook mogelijk dat u wordt vervolgd in het kader van (wettelijke) herhaling voor feiten die niet meer gekoppeld zijn aan dezelfde overtreding.

    Artikel 38, §6 Wegverkeerswet heeft het over de herhaling:

    Behoudens in geval van § 7, moet de rechter het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste drie maanden uitspreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de schuldige, na een veroordeling met toepassing van de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48, 62bis of artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, één van deze bepalingen binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw overtreedt.

    In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het eerste lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste zes maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.

    In geval van nieuwe herhaling binnen drie jaar na een veroordeling waarin toepassing is gemaakt van het tweede lid of dit lid, en die in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste negen maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.”

    Wat riskeert u indien u in het verleden reeds werd veroordeeld voor minstens één van volgende overtredingen:

  • overtredingen vierde graad (negeren stopbevel van bevoegd persoon, ..)
  • ernstige snelheidsovertredingen die altijd leiden tot rijverval
  • rijden zonder rijbewijs, als begeleider, bij onmiddellijke intrekking 
  • vluchtmisdrijf  
  • zware alcoholintoxicatie 
  • dronkenschap
  • aanzetten, uitdagen of toelaten tot rijden 
  • drugs in het verkeer 
  • begeleider in periode van zijn/haar rijverval 
  • uitrustingen die vaststellingen van overtredingen bemoeilijkt of verhindert of opspoort
     

Herhaling binnen 3 jaar van 1 voorgaand (niet) gelijkaardige veroordeling:

  • Verplicht rijverbod van minimum van 3 maanden
  • Slagen in 4 examens en onderzoeken

Herhaling binnen 3 jaar van 2 voorgaande (niet) gelijkaardige veroordelingen:

  • Verplicht rijverbod van ten minste 6 maanden
  • Slagen van 4 examens en onderzoeken
  • Toepasselijk wanneer 2 voorgaande (niet) gelijkaardige veroordelingen

Herhaling binnen 3 jaar van 3 of meer voorgaande (niet) gelijkaardige veroordelingen:

  • Verplicht rijverbod van ten minste 9 maanden
  • verplicht slagen van 4 examens en onderzoeken
  • Toepasselijk wanneer 3 of meer voorgaande (niet) gelijkaardige veroordelingen

De rechter kan evenwel ook kiezen om een levenslang rijverbod op te leggen.

In geval van herhaling van dezelfde feiten zal in het met betrekking tot de tenlasteleggingzelf moeten worden gekeken. Hierin staat doorgaans een verdubbeling van de geldboete. Zie onder meer: artikel 29, §4, lid 3 wegverkeerswet waarin een verdubbeling van de geldboetes wordt bepaald in geval van herhaling van een overtreding zoals bedoeld in paragraaf één of drie.

De doorgevoerde wijziging heeft twee facetten:

  1. Vooreerst worden hier de straffen bepaald voor de gevallen waarin iemand die veroordeeld werd voor één van de overtredingen opgesomd in paragraaf 6, binnen de drie jaar na het in kracht van gewijsde treden van het veroordelend vonnis opnieuw één, respectievelijk twee, drie of meer van deze overtredingen begaat.
  2. Het tweede facet is dat dit artikel een kruisbestuiving inzake recidive invoert.

Herhaling door Kruisbestuiving?

Herhaling moet niet meer steeds gekoppeld zijn aan dezelfde overtreding.

Zij kan ook ontstaan wanneer één van de overtredingen bepaald in paragraaf 6 WPW, wordt gevolgd door een willekeurige andere overtreding uit datzelfde artikel.

Kruisbestuiving met voorgaande niet gelijkaardige veroordelingen

De overtredingen die bedoeld worden zijn:

  • overtredingen van de vierde graad (art. 29, §1, eerste lid)
  • overtredingen maximale snelheid met verplicht verval van het recht tot sturen (art. 29, §3, derde lid)
  • overtredingen betreffende (voorlopig) rijbewijs, o.m. rijden zonder rijbewijs en tijdens de onmiddellijke intrekking (art. 30, §1, 2 en 3)
  • vluchtmisdrijf met en zonder gekwetsten (art. 33, §1 en 2)
  • zware intoxicatie en dronkenschap (art. 34, §2 en art. 35)
  • toevertrouwen of aanzetten tot sturen bij intoxicatie of dronkenschap (art. 37)
  • drugsintoxicatie (art. 37bis, §1)
  • sturen of begeleiden ondanks verval of opschorting recht tot sturen (art. 48)
  • infrastructuur tot vaststellen overtredingen verstoren of bemoeilijken (art. 62bis)

Verplicht rijverbod en 4 examens en onderzoeken

De rechter is in geval van herhaling binnen 3 jaar na een eerder veroordeling verplicht het verval uit te spreken, behoudens in geval van toepassing van artikel 37/1, eerste lid, waarmee het alcoholslot bedoeld wordt.

Het herstel van het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor vier examens en onderzoeken.

Voor nieuwe feiten na 01.01.2015

Het artikel trad in werking op 1 januari 2015 en is dus van toepassing op nieuwe feiten die zich na die datum voordoen, ook als de oude overtreding waarop de recidive betrekking heeft van voor die datum dateert.

Wat zegt het nieuwe artikel 38 §6 Wet Wegverkeerswet

Het nieuwe artikel 38 §6 Wet Wegverkeerswet treed in werking op 01.01.2015 en bepaalt:

Eerste lid

Behoudens in geval van artikel 37/1, eerste lid, moet de rechter het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste 3 maanden uitspreken, en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid, wanneer de schuldige, in de periode van 3 jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de overtredingen bedoeld in de artikelen 29, § 1, eerste lid, 29, § 3, derde lid, 30, §§ 1, 2 en 3, 33, §§ 1 en 2, 34, § 2, 35, 37, 37bis, § 1, 48 en 62bis, opnieuw één van deze overtredingen begaat.

Tweede lid  

Wanneer de schuldige binnen 3 jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, twee van deze overtredingen opnieuw begaat, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste 6 maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.

Derde lid

Wanneer de schuldige binnen 3 jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan voor één van de in het eerste lid bedoelde overtredingen, drie of meer van deze overtredingen opnieuw begaat, bedraagt het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig ten minste 9 maanden en is het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.

Opgepast:

  • Vòòr de inwerkingtreding van dit artikel geldt bij herhaling van artikel 30, §3 of artikel 48 WPW een verplicht rijverbod van minstens 6 maand.
  • Vanaf 1 januari 2015 zal bij deze herhalingen een rijverbod van slechts minstens 3 maand gelden, maar wel met verplichte proeven.

Eerste Probleem : geen wettelijke basis!!!

  • Het rijverbod als hoofdstraf werd geschrapt in artikel 49/1 Wegverkeerswet ingevolge artikel 13 van de wet van 9 maart 2014 (zie supra) en door artikel 9, 1° van dezelfde wet verplaatst naar artikel 38, §1, 1° Wegverkeerswet (zie supra).
  • Er is echter een probleem met betrekking tot de toepassing in de tijd in die zin dat artikel 13 in werking treedt op 1 juli 2014 en artikel 9 pas op 1 januari 2015.
  • Het herstel-KB van 21 juli 2014 bepaalt nu dat artikel 9, 1° ook in werking treedt op 1 juli 2014. Dit herstel-KB is echter pas in werking getreden op datum van haar publicatie, i.e. 28 juli 2014.

Met andere woorden ==> Geen wettelijke basis voor opleggen van rijverbod in de periode van 1 tot 28 juli 2014

De vraag stelt zich dus wat wordt van overtredingen of vonnissen inzake artikel 49/1 die betrekking hebben op de periode tussen 1 en 28 juli 2014.

Voor deze periode is er geen wettelijke basis voor het opleggen van een rijverbod.

Tweede probleem : discrepantie in bestraffing

Tenslotte rijst een probleem in die zin dat er een zware discrepantie bestaat tussen de straffen bij herhaling van artikel 38, §4 j° 38, §6 WPW en de straffen bij herhaling van artikel 36 j° 37bis WPW.

Bereken je boete

Bereken uw boete

Vragen over een overtreding of een ongeval? Hulp nodig bij dagvaarding?

Onze experten staan klaar om gratis uw vragen te beantwoorden! Contacteer ze via:

Wij zijn bereikbaar 7/7, elke dag van 08.30 tot 22.00, ook tijdens het weekend.

Actueel

 1 op 5 jonge bestuurders rijdt maandelijks onder invloed van lachgas

Dinsdag 08 Februari 2022

1 op 5 jonge bestuurders rijdt maandelijks onder invloed van lachgas

Uit een onderzoek van VIAS blijkt dat 6% van de Belgische bestuurders minstens 1x per maand met de auto rijdt nadat hij of zij lachgas heeft gebruikt. Bij jonge bestuurders ligt dit percentage zelfs een stuk hoger. Lachgas is dan wel niet detecteerbaar door een test, maar het heeft wel een grote invloed op de rijvaardigheid en verkeersveiligheid.

Lees meer
 Boetebrief wordt duidelijker, moderner en transparanter

Maandag 07 Februari 2022

Boetebrief wordt duidelijker, moderner en transparanter

Sinds 2022 zien de onmiddellijke inningen, ook wel beter bekend als de ‘boetebrief’ er in België anders uit. Met deze wijziging was het de bedoeling om de onmiddellijke inningen moderner, duidelijker en beter aangepast aan de overtreder te maken. Het doel was om ervoor te zorgen dat het voor de overtreder eenvoudiger en sneller is om de brief te lezen en de boete te betalen.

Lees meer
 De privatisering van de trajectcontroles bekeken vanuit een juridisch standpunt

Dinsdag 14 December 2021

De privatisering van de trajectcontroles bekeken vanuit een juridisch standpunt

De verruiming van de GAS-Wet geeft gemeenten de mogelijkheid om voortaan ook beperkte snelheidsovertredingen binnen het eigen grondgebied te bestraffen met een administratieve sanctie. Vijf gemeenten sloten meteen een contract met een aantal privébedrijven om binnen deze nieuwe bevoegdheid trajectcontroles op hun grondgebied te voorzien. Een beperkte investering voor de lokale overheid dus, die als kleine speler logischerwijs het comparatief voordeel verliest. Het idee dat verkeersboetes het voorwerp uitmaken van een particulier verdienmodel, beroerde de gemoederen en lokte bij experts en menig politicus verontwaardiging uit. Los van de politieke bezorgdheden, moet ook vanuit juridisch oogpunt met de grootste omzichtigheid naar een dergelijk samenwerking gekeken worden.

Lees meer
close menu 1u