Verjaringstermijn strafvordering
1. Hoe en onder welke voorwaarden kunnen strafvorderingen verjaren?
De strafvordering (of strafrechtelijke vervolging) moet binnen een bepaalde termijn plaatsvinden. Anders blijft de overtreding onbestraft en kunt u niet meer worden vervolgd. Dit staat bekend als de verjaringstermijn voor de strafvordering.
In het geval van verkeer moet worden verwezen naar artikel 68 van de Wegverkeerswet. In dit artikel staat dat de verjaringstermijn drie jaar bedraagt vanaf de dag dat het strafbare feit is gepleegd. De Procureur des Konings heeft dus twee jaar om u te vervolgen.
Voor verkeersovertredingen die niet onder de Wegverkeerswet vallen, zoals het niet slagen voor een technische keuring, het niet afsluiten van een BA-verzekering of onopzettelijke slagen en verwondingen na een verkeersongeval, is de verjaringstermijn vijf jaar.
Het verstrijken van de termijn van drie of vijf jaar betekent echter niet dat uw zaak daadwerkelijk is verjaard. Inderdaad wordt de verjaringstermijn geschorst (houdt hij op te lopen) vanaf het ogenblik waarop de rechtbank kennisneemt van uw zaak. Vanaf dat moment kan enkel nog een eventuele overschrijding van de redelijke termijn worden ingeroepen voor de behandeling van de zaak. Het spreekt voor zich dat onze advocaten bij het onderzoek van uw dossier systematisch nagaan of de strafvordering niet is verjaard en of er eventueel sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.
2. Wat zijn de gevolgen van een verjaring van de strafvordering?
De verjaring zorgt ervoor dat de strafvordering wordt uitgedoofd, hetgeen inhoudt dat u niet meer vervolgd kan worden voor de overtreding. U kan dus niet langer worden veroordeel tot een bepaalde straf.